02-06-17

het Luxemburgs in het Arelerland (het Land van Aarlen): weldra daar ook een officiële taal?

Dat België in het Oosten een Duitstalig landsdeel heeft is algemeen geweten. Minder bekend is dat in het uiterste Zuid­oosten van het land, in en om Arlon, Arel, Aarlen een broertje van die taal leeft dat ook naar erkenning streeft. Zij spreken daar dezelfde taal ais de bewoners van het Groothertogdom. Laat ons blijven wie we zijn, zeggen ze daar: Mir wëlle bleiwe wat mir sinn".

In de jaren tachtig van vorige eeuw had­den zeker nog 22.000 inwoners van het "Arelerland", dat grosso modo samenvalt met het arrondissement Aarlen het Letze­burgs als moedertaal. Inmiddels zijn veel ouderen, de "native speakers", overleden en de inwijking van Franstaligen uit l'intérieur du pays deed de rest. Vandaag schatten wij het aantal Letzeburgs spre­kenden nog op 15.000.

Stanislas Demecheleer van de in 1976 opgerichte taalvereniging Arelerland a Sprooch (kortweg: Alas):

"Het Letzeburgs is geen regionaal dialeet van het Duits, de taal is keurig gecodifi­eeerd, bezit een eigen grammatica en woordensehat en onderscheidt zich op wezenlijke punten van het Duits. Je hebt toneel en litteratuur in het Letzeburgs en in het Groothertogdom kunnen admini­stratieve formaliteiten in die taal afgehan­deld worden. Er bestaat een Letzeburgse pers. In Belgisch-Luxemburg echter is en blijft de officiële taal tot nader onder het Frans".

Bestuurslid Christian Heinen zet de Alas­eisenbundel op een rijtje: "De Letzeburgse minderheid heeft geen enkel recht aange­zien ze juridisch onbestaande is" zegt hij, nippend aan een glas Maitrank, een fel­begeerd, ijskoud geserveerd streekapteri­tief op basis van Waldmeisterblume (lie­vevrouwbedstro). "Wij vragen België dus om bij haar voorgenomen ondertekening van de Europese kaderconventie voor de bescherming van de minderheidstalen ook het Letzeburgs op de lijst te zetten".

Het fameuze bezoek van de Zwitserse Europa-experta, mevrouw Lilly Nabholz ­Heidegger aan ons land is de Letze­burgstaligen zuur opgebroken. Ze behan­delde wel de taalklachten van de Fransta­ligen in de Brusselse rand, maar liet, niettegenstaande vele brieven en lobby­werk, het Arelerland links liggen. België nam zelfs niet eens de moeite haar op hoogte te brengen van het bestaan van deze taalminderheid (ook de Vlamingen bleven hierbij in gebreke).

"De enige blijk van erkenning dateert van 1990 toen de Franstalige gemeenschap een decreet uitvaardigde inzake regionale talen, maar die vermelding stelt weinig of niets voor" (Demecheleer).

Nochtans, alles is niet kommer en kwel. ln de regio zitten de avondlessen Letzeburgs propvol. Ais tweede taal doet het Letze­burgs het uitstekend, zelfs Franstalige in­wijkelingen leren het nu. Ze moeten wei, want wie in het economisch succesvolle Groothertogdom aan de bak wil komen, kan steeds minder buiten die taal omo Of het nu om financiële instellingen, multina­tionals of andere bedrijven in de diensten­sector gaat. ln dat opzicht gaat het het Letzeburgs dus voor de wind, ook al om­dat hat Groothertogdom er voor gekozen heeft zijn Sprooch ais integratiemiddel bij uitstek in te zetten. Zo komt het dat ge in Luxemburg-stad Kosovaarse en Koerdi­sche vluchtelingen vlot Letzeburgs hoort praten.

"Het resultaat van een politieke consensus die bewijst dat je de dingen kunt verande­ren aIs je er maar de nodige wil voor aan de dag /egt" vindt Demecheleer: "Eis Lëtzebuergesch Mammesprooch hëlleft aIs déi aner ze verstoen" (het Letzeburgs helpt ons de andere te begrijpen).

(p.18) In Arelerland a Spooch zijn geen taalex­tremisten aan het werk, evenmin separa­tisten of irredentisten, al worden ze in een bepaalde Franstalige pers soms zo wel afgeschilderd.

Christian Heinen: "Op het vlak van taal, politiek of identiteit blijven de meeste mensen trouwens opvallend passief. Als je het mij vraagt, ze zijn een beetje ver­doofd door de economische welstand die het nabuurschap met het Groothertogdom heeft opgeleverd. In korte tijd zijn wij hier tot de welvarendste regio's van d'Belsch gaan behoren. De prijzen van grond- en vastgoedprijzen swingen de pan uit en aan de overkant van de grens is wonen en bouwen zo goed ais onbetaalbaar geworden.

Kersverse rijkdom. Wie door de streek rijdt kan het niet ontgaan Overal nieuwbouw,  overal nieuwe wegen. In het centrum van Aarlen met zijn idyllische Knipchen-heuvel ("zu Arel op der Knipchen, do sinn déi Wäiber frou..." zingt een oud liedje) wordt straat na straat opgeknapt. De in Luxem­burg werkende Belgen houden er een be­hoorlijke welstand op na. "Un peu péteux peut-être, nogal trots, een beetje aanstellerig zelfs, helemaal anders dan de Wa­len" zegt de uit het Naamse Ciney afkom­stige waardin. Het pronkstuk van de regi­onale revival is Attert, keurig verscholen achter de N4 die Aarlen met Bastenaken (Bastogne) verbindt en dat omzoomd wordt door een sliert (goedkopere) Luxemburgse benzinestations.

Een stek in Attert, glundert burgemeester Arens, is vandaag niet minder duur dan eentje in Brussel. Huizen die je vroeger aan de straatstenen niet kwijt geraakte, daar betaal je vandaag een fortuin voor. Inderdaad, sinds de vallei van Attert tot natuurpark werd uitgeroepen en vervui­lende industrieën en hoogspanningslijnen er uit den boze zijn, is het dorp erg in trek bij de beterverdieners, die naar Luxem­burg-stad pendelen, nauwelijks driekwar­tier verderop. Onder de nieuwe inwoners bevinden zich héél wat Vlamingen. Vorig jaar trok burgemeester Arens met een groep Vlaamse Attertenaren naar Brus­sel... om 11 juli te vieren! Zo zie je maar dat integratie en grensoverschrijdende samenwerking mogelijk zijn. Arens heeft het Letzeburgs als moedertaal, dat hoor je duidelijk aan zijn ietwat zangerig Frans. “Ondanks boze editorialen aan mijn adres heb ik de greep van de Franse gemeen­schap op deze streek nooit aanvaard. ln de voorbije decennia vervreemde de ver­fransing ons van onze identiteit. Wij wer­den ontworteld. Maar het sucees van het Groothertogdom veranderde de zaak. On­ze mensen moeten wel Letzeburgs leren, anders dreigen de Duitsers, voor wie de taal veel gemakkelijker is om aan te leren, met onze banen te gaan lopen". Attert is dan ook flink tweetalig geworden. De Avenue de la Libération werd ook de Freeheetswee, de Mont des Chèvres werd opnieuw de Geesseknäppchen.

 

(L.D. , Ook in der Belsch wordt Lëtzebuergesch gesproken, in: Delta 7/2004, p.17-18)

00:28 Gepost door justitia & veritas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |